6 - Oude stadswal uit de 14e eeuw Na de werkzaamheden in 2002 voor de herstructurering van de boulevard De Lattre (de rondweg gelegen op de stadswallen), zijn enkele meters van de oude vesting uit de 14e eeuw bijgewerkt en geconserveerd. Tot het eind van de 19e eeuw markeerde dit deel van de vestingmuur de zuidelijke grens van de stad. Het gedeelte, dat de huidige stadspoort de Moulins verbindt met de toren van Navarre is in 1886 afgestaan door de militaire genie. Enkele jaren later sloopte de stad deze vestingen en egaliseerde de afgravingen om er een imposante school op te bouwen, waarvan de gebouwen nog steeds zichtbaar zijn (rechts). 7 - Voormalig seminarie 1673-1687
Dit enorme gebouw bevat 74 kamers, bestemd voor de toekomstige priesters van het bisdom in opleiding. Geplaatst op een perceel dat doorloopt tot de rondweg (de weg op de vesting), gaf dit verblijf toegang tot een grote tuin. Zijn façade aan de straatkant wordt verlevendigd door zijn trapsgewijs naar voren springende delen, oorspronkelijk geflankeerd door een passage die over de straat liep en het gebouw met de kapel verbond. De façade draagt nog steeds sporen van het verleden; zijn dakramen met kleine frontons die de kroonlijst van het dak op regelmatige afstanden onderbreken. 8 - Voormalige kapel van de Oratoriërs 1676. Verbouwd tot theater in 1838
In 1616 deed de bisschop Sébastien Zamet een beroep op de congregatie van de oratoriërs om zijn seminarie te leiden en zodoende de predikers op te leiden voor het bisdom. De prelaat gaf aan de nieuw aangekomenen terreinen en gebouwen van de oude St. Amâtre priorij, gelegen in het zuidelijk deel van de stad. Pas in 1676 werd de kapel voltooid. Sober van afmetingen, opzet en decor. De entree is gevat in een portiek in Ionische stijl met daarboven een fronton. Tijdens de revolutie werd de kapel buiten dienst gesteld en werd in 1838 een theaterruimte. Het buiten decor getuigt van deze nieuwe bestemming: maskers, partituren en muziekinstrumenten hebben een plaats gevonden op het fronton. In 2000 werd het theater volledig verbouwd en biedt nu plaats aan 250 bezoekers. 10 - Voormalige Saint-Amâtre kerk Vanaf de 9e eeuw is de aanwezigheid van een priorij en een hospitaal op deze plaats een feit. In de 13e eeuw werd dit een parochiekerk voor het zuidwestelijke deel van de stad. En in de 14e eeuw vestigden zich er de gilden van de wolwevers en steenhouwers, die het ambachtelijke karakter van de wijk benadrukten. Buiten dienst gesteld in de revolutie, herbergt het gebouw momenteel het hotel “du Cheval Blanc”. Nog steeds zijn er sporen van de oude bestemming te vinden: ramen met bogen, gegroefde pilasters, waterspuwers….. 16 - De St.Martinus kerk Historisch monument 13e eeuw. Façade 1745
Het staat vast, dat de priorij van St. Martin sinds de 11e eeuw zich heeft gevestigd buiten de oorspronkelijke stadswallen. Het is een wijk die in het midden van de 14e eeuw, door aanbouw van de stadswallen, binnen deze wallen kwam te liggen. De huidige kerk is gefaseerd gebouwd vanaf de 13e tot de 18e eeuw. Het koor en het grootste deel van de traveeën dateren uit de eerste periode. Uit het einde van de middeleeuwen dateert de sluitsteen van de travee. Na een brand in 1725 profiteerde men van de gelegenheid om het gebouw te veranderen. De zijbeuken werden verdubbeld met behoud van de originele gotische elementen. Claude Forgeot, een architect uit Langres, ontwierp de façade, die in 1745 werd voltooid. Deze is sober en symmetrisch; het accent ligt op de uitspringende omkadering van de hoofdingang, met Ionische zuilen, die een gecentreerd fronton dragen. De unieke klokkentoren beantwoordt echter niet aan deze symmetrie: had Forgeot misschien nog een tweede toren er tegenover in gedachte? De toren is 52 meter hoog en opgebouwd in vier verschillende niveaus. Het eerste niveau heeft dezelfde soberheid als de façade; het tweede heeft blinde muren, opgesierd met pilasters met Corinthische kapitelen; het derde heeft grote klankgaten voor de klokken, versierd met pilasters met samengestelde kapitelen. Het geheel wordt bekroond door een koepel, rijk versierd met vuurpotten en pilasters die aan de onderkant een krulvorm hebben. Een dergelijke uitbundigheid verleent aan dit monument een verrukkelijk Italiaans aspect, uniek voor dit gebied. 31 - Klein bisschoppelijk paleis 1712-1722
De bouw van dit herenhuis is te danken aan François de Clermont-Tonnerre, bisschop van Langres van 1695 tot 1724. Dit bisschoppelijke paleis, kleiner en intiemer dan het imposante paleis gelegen tussen de kathedraal en de oostelijke vestingmuur, werd gebruikt als privé-verblijf van de bisschop en na hem eveneens door alle andere prelaten van Langres tijdens de 18e eeuw. Het bestaat uit twee logementen met een monumentale trap aan de linkerzijde. De tuin in terrassen aan de achterzijde heeft een uniek panoramisch uitzicht over het dal van de Marne. 35 - Stadspoort van de windmolens Historisch monument 1647
Deze poot dankt zijn naam aan de vroegere windmolens, die zich buiten de stadswallen bevonden, om te profiteren van de windenergie “le bel’air” (tevens de naam van het plein naast de poort). Deze poort maakt deel uit van de fortificatie, gebouwd tussen 1642 en 1647 aan de zuidelijke stadsgrenzen. De strijdlustige decoraties van de toren herinneren aan de overwinning van Frankrijk tijdens de dertigjarige oorlog met de Spanjaarden, waarin zij destijds waren verwikkeld. Wapentrofeeën, gepluimde helmen en geketende vijanden maken van deze toren een monument van glorie en overwinning van het koninkrijk, een soort triomfboog, die doet denken aan de vroegere Romeinse triomfbogen. De wapenschilden van de vorst, die destijds in het midden van het fronton gebeeldhouwd waren, werden tijdens de revolutie verwijderd. Aanvankelijk voorzien van een poort voor voertuigen, geflankeerd door twee voetgangerspoorten, werd hij door de militaire genie in 1855 verbouwd tot twee poorten voor voertuigen, terwijl de ophaalbruggen werden verwijderd.
Oude stadspoort van de windmolens (aan het begin van de Rue Diderot) Gesloopt
De zuidelijke hoofdpoort van de vesting, gebouwd in het midden van de 14e eeuw, genaamd “du Moulin-à-Vent” werd in 1857 gesloopt. Gedurende drie eeuwen bestond hij samen met de huidige poort van de windmolens, die in 1647 meer naar het zuiden werd gebouwd. Deze vierzijdige toren, voorzien van een spitsboog en een wachthuis, gaf toegang tot de oude wijk “cardo maximus”, tegenwoordig “rue Diderot”. Deze noord-zuidverbinding is sindsdien de hoofdstraat van Langres. Aan deze straat liggen voornamelijk woningen uit de 17e en 18e eeuw, meestal op de begane grond verbouwd tot winkels. 36 - Terreaux Poort of Nieuwe poort Historisch monument – 1855
De bouw van deze poort is te danken aan de militaire genie, die wilde voorkomen, dat de militaire colonnes en transporten het stadscentrum door moesten. Om dit te bereiken werd een rondweg gemaakt, de huidige boulevard “de Lattre”(de weg op de vestinwallen), die leidt tot de poort “des Moulins” (stadspoort van de windmolens). De nieuwe poort heeft twee doorgangen en had twee ophaalbruggen om de gracht over te steken. Het mechanisme van deze bruggen bestond uit ijzeren kettingen met zware schakels die als contragewicht dienden. De kettingen zakten in de daarvoor bedoelde putten en raakten de bodem, waardoor het gewicht afnam naarmate de brug verder werd opgehaald. Dit systeem heet “à la Poncelet”, genoemd naar zijn uitvinder. Een deel van dit systeem is nog zichtbaar. De kroonlijst van de poort geeft het bouwwerk een neogotische uitstraling. 40 - Navarre et d’Orval toren Historisch monument 1512-1519. Het dak uit 1825
Dit bouwwerk bevindt zich op een terrein –het veld van Navarre, nu een camping- was eigendom van de graven van de Champagne, die tevens koningen van Navarre waren. Het betreft hier de meest monumentale artillerietoren die met een diameter van 28 meter, een hoogte van 20 meter en een twintigtal schietopeningen, verdeeld over vier niveaus, een buitengewoon bouwwerk is. De 7 meter dikke muren beschermen de twee bunkerzalen met enorme gewelven. De kanonnen, die op de terrassen waren geplaatst, moesten het plateau voor de stadspoort van de molens beschermen. Bijna voltooid in 1515, na slechts vier jaar werk, werd hij verhoogd met 2,5 meter om de reikwijdte van de kanonnen op zijn terras te vergroten. Door die verandering tijdens de bouw werd een tweede laag waterspuwers aangebracht en er werd een nieuwe toren gemaakt –de toren d’Orval- waarin een spiraalvormige oprit is opgenomen, bedoeld om de kanonnen naar de top van de Navarre toren te verplaatsen buiten bereik van vijandelijk vuur. In 1825 maakte de militaire genie van deze toren een kruitopslag. Een conische kapconstructie werd dus gemaakt om de ondergelegen zalen te beschermen tegen inregenen. 44 - De rode toren en de Auges-poort Historisch monument Midden van de 14e eeuw en het midden van de 19e eeuw
De rode toren (rechts), in het midden van de 14e eeuw gebouwd tijdens de integratie van de buitenvesting binnen het stadsplan, is tegenwoordig niet meer dan een uitstekend gedeelte van de vesting. Tot aan het midden van de 20e eeuw gaven de vestingwerken, die zo ontstonden en hoofdzakelijk gemaakt vanwege het begin van de Honderdjarige Oorlog, de buitengrenzen van Langres aan. Deze vierkante toren was oorspronkelijk voorzien van schietgaten en getooid met een dak. Het voorvlak voorzien van bolvormig gehakte stenen geven een okerkleur aan de toren, waaraan deze waarschijnlijk zijn naam te danken heeft. Tengevolge van de veranderingen aan de vesting in het midden van de 19e eeuw, werd de toren opgevuld. Uit dezelfde periode dateert de Auges-poort, die uitkwam op de vesting en de oude stad verbond met de nieuwe zuidelijke citadel, gebouwd van 1842-1860. Een klein torentje geplaatst op de top van de muur, verhinderde het optrekken van de vijand op de stadswal. Aan het einde van de jaren 1960, bij de bouw van een huisvesting voor de “Jeunes Travailleurs”, ontdekte men tijdens archeologische onderzoeken een ambachtelijke gallisch-romeinse wijk. Verderop ziet men de arbeiderswijken, gebouwd in de vijftigerjaren van dezelfde eeuw, voor het personeel van de nieuw gebouwde fabrieken in het Marne-dal. 46 - De Saint-Ferjeux-toren Historisch monument – circa 1470
Deze toren draagt de naam van de oude priorij, die aan het huidige Saint-Ferjeux plein was gelegen en gesloopt werd in 1673. Hij verving een eerdere toren, gebouwd in het midden van de 14e eeuw; vierkant en bescheiden van afmetingen was hij niet aangepast aan de ontwikkelingen en de grotere kanonnen van die tijd. Aan het eind van de 15e eeuw werd dit bouwwerk afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe cilindrische artillerietoren. Als eerste van dit type, gebouwd in Langres, is zijn opbouw radicaal anders. De muren zijn heel dik (tot wel 6 meter), de twee gewelfde ruimten zijn uitgerust met acht schietbunkers en het hoogste terras was voorzien van kanonnen van een groot kaliber, bedoeld ter bescherming van de zuidflank van de vesting. Deze toren werd in 1844 gerestaureerd door de militaire genie, die de borstwering reconstrueerde en het voorvlak renoveerde door de kapotte bolvormige stenen te vervangen. Vanaf 1989 staat op het terras een beeld van de Nederlandse beeldhouwer Eugène van Lamsweerde; dit werk draagt de naam “L’air et les songes” (lucht en dromen) en is een eerbetoon aan de filosoof Gaston Bachelard uit de Champagne. 48 - De Surchoue-toren Historisch monument 1412. Veranderd in 1854
Alles wat rest van deze toren is zijn trapeziumvorm, nadat hij gedempt werd in het midden van de 19e eeuw. Zijn naam herinnert ons aan de oude rue Surchoue, die in 1855 plaats maakte voor de huidige boulevard de Lattre, de rondweg op de vestingmuren. Voor 1412 was de verdediging slechts gewaarborgd door een bouwwerk” chaffaud” genaamd, een constructie van hout die loodrecht boven de stadswal uitstak. De vervanging van dit bouwwerk door een toren, vereiste het gebruik van stenen ,die gewonnen werden in een steengroeve ten zuiden van de stad in de buurtschap Blanchefontaine. Het dak werd gedekt met platte stenen, laves genaamd, (een platte kalkzandsteen). Deze stenen werden aangevoerd vanuit het dorp Perrancey op ongeveer 10 kilometer afstand.