In 1645 kwamen de Karmelieten naar Langres en vestigden zich in het leprozenhospitaal in de buitenvesting Sain-Gilles. De gemeenteraad gaf hen pas toestemming in 1688 zich binnen de stadswallen te vestigen, de beschikbare bouwterreinen waren schaars omdat er al acht religieuze orden aanwezig waren in Langres. In 1754 bouwt de architect, uit Langres, Claude Forgeot een nieuw klooster evenals een kapel, waarvan de façade een verfijnde soberheid bijna strengheid uitstraalt. Zonder fronton zijn de twee niveau’s afgerond door krulmotieven. In 1825 vestigde er zich het seminarie van het bisdom voor de opleiding van jonge priesters; het gebouw werd vergroot in 1849. en de kapel werd voorzien van muurschilderingen door de schilder Menissier, afkomstig uit de Haut-Marne.
5 - Voormalig huis van de gouverneur Historisch monument – begin van de 18e eeuw
Dit herenhuis, bewoond door de militaire gouverneur van Langres vanaf de 19e eeuw, laat een buitengewoon klassieke indeling zien tussen binnenhof en tuin (tegenwoordig parkeerplaats). Het pand is erg origineel door zijn hoekruimtes, die aan de straatkant zijn voorzien van afgeronde hoeken en aan de kant van het binnenhof door afgesneden hoeken. Het portaal aan de straat in de vorm van een boog is nog steeds in de decoratieve stijl van de 17e eeuw. Er zijn opvallende ronde versieringen onder de kroonlijst en de hoeken zijn opgesierd met overwinningstekens. De rue de la Tournelle heeft de verfijnde allure van de “petit Marais”. Er staan weelderige, klassieke herenhuizen, waarvan de façades zich aan het oog onttrekken, maar die ons er aan herinneren hoe belangrijk deze straat sinds de 16e eeuw was.
9 - Voormalige kapel van het Ursulinen-klooster Historisch monument 1670-1680
Na aankomst in Langres in 1613 werden de zusters van de orde van St.Ursula aangewezen om de jonge meisjes op te voeden en de oudere pensiongasten te verplegen. De zustergemeenschap bewoonde eerst een voornaam herenhuis aan de rue de la Tournelle, voordat ze in 1631 een meer praktisch klooster lieten bouwen. Pas aan het eind van die eeuw werd de kapel voltooid (tussen 1670-1680) Op het ernstig beschadigde portaal zijn nog steeds sterk overdreven decoraties zichtbaar: gekoppelde zuilen, nissen, verstrengelde emblemen…. Vanaf 1818 werd het veranderd in een kazerne, In 1974 werd tweederde van de gebouwen gesloopt om plaats te maken voor een woning.
11 - Gallo-romeinse boog Historisch monument Circa 20 voor Christus
Deze boog, gebouwd ongeveer 30 jaar na de verovering van Gallië door Julius Cesar, vormde een monumentale hoofdtoegang tot de westkant van het Andematunnum – het antieke Langres. Zo geplaatst, dat de weg van Reims direct in de stad uitkwam; het is het oudst bewaarde bouwwerk van Langres. In het begin van de derde eeuw werd deze boog, ongeschikt voor doeltreffende verdediging, ingekapseld in de vestingmuur; zijn dubbele toegang werd waarschijnlijk in dezelfde tijd dichtgemaakt, daarvoor in de plaats kwam de stadspoort bij het gemeentehuis. Door zijn vooruitstekende positie in de stadswal, werd hij tot overdekte toren veranderd en uitgerust met een wachthuis en er werden schietgaten geboord in het fries. Tot aan het midden van de 19e eeuw leunde er een gebouw tegen de boog. Net als bij andere delen van de stadswal, onteigende de militaire genie dit gebouw en andere huizen tijdens de restauratiewerkzaamheden van de boog, waarbij de kroonlijst in zijn oorspronkelijke vorm werd hersteld.
17 - Renaissance façade (rue St-Didier) Historisch monument Midden van de 16e eeuw
Deze bijna vierkante façade bestaat uit drie verdiepingen; elk van deze etages is gedecoreerd met dubbele zuilen die een fries dragen. De kapitelen van de zuilen zijn van conventionele orden: Ionisch op de begane grond, Corinthisch op de eerste etage en samengesteld op de tweede etage. Op het fries van de eerste etage ziet men muziekinstrumenten en krullen, vergelijkbaar met die op de gallo-romaanse boog; dit geeft duidelijk aan hoezeer de renaissance wed geïnspireerd door de antieke tijd. De begane grond werd aan het eind van d 19e eeuw verbouwd. De centraal geplaatste toegangspoort werd naar links verplaatst recht tegenover de zijstraat.
20 - Stadspaleis Piétrequin bekend als Piépape Historisch monument begin van de 17e eeuw
Vanaf het eind van de 16e eeuw werden in Langres de eerste herenhuizen of stadspaleizen gebouwd; dit viel samen met de opkomst van de bourgeoisie in dienst van het vorstendom. Het verkrijgen van administratieve verantwoordelijkheden had voor sommige families een hoger sociaal niveau ten gevolge; vanaf dat moment investeerde men meer in onroerend goed. Dit is de reden, dat de luitenant generaal en drost van de koning te Langres Philbert Piétrequin in 1613 dit herenhuis liet bouwen. Het pand, gelegen tussen voorhof en tuin, heeft een L-vormige plattegrond. De gevel is voorzien van een fries versierd met ovale ornamenten en waterspuwers, maar heeft verder de soberheid van het classicisme, terwijl de kroonlijst nog aan de renaissance doet denken. Om de intimiteit van de hof te waarborgen, werd een muur gemaakt met daarin een majestueuze toegangspoort uit de 18e eeuw.
21 - Stadhuis of Gemeentehuis Historisch monument 1774
Na meer dan twee eeuwen van hun bestaan verwierf het college van wethouders in 1581 een groot gotisch gebouw aan de “Marché-aux-Blés” de korenmarkt, het tegenwoordige “Place de l’Hôtel de Ville” (plein van het gemeentehuis). Het gebouw was in gebruik als gemeentehuis, maar ook als rechtbank en al spoedig ook als gevangenis van het koninklijke gerechtshof. Een brand in 1774 in het gevangenisgedeelte was de reden van een volledige reconstructie. Onder architectuur van Nicolas Durand, algemeen architect van de Champagne, krijgt het gebouw weer de functies van een stadhuis. Gemeenteraad en rechtbank vinden weer hun plaats, terwijl achter het gebouw de gevangenis wordt herbouwd. Het meest in het oog springend is het centrale deel van het gebouw: naar voren uitgebouwd ten opzichte van de façade, voorzien van een imposante zuilenrij, die een fronton dragen. Dit gedeelte van het pand bleef gespaard bij een nieuwe brand, die in 1892 de rest van het gebouw verwoestte. Op het fronton staan de letters RF, afkorting voor République Française; deze letters vervangen het eerdere wapenschild van de koning, dat er tijdens de revolutie af werd afgeslagen. Overigens zijn het dezelfde engelen die nu het republikeinse wapenschild dragen.
23 - Het “Valtier de Choiseul” stadspaleis. Bekend als “du Breuil de Saint-Germain”
Historisch monument Einde van de 16e eeuw
In 1576 koopt Sébastien Valtier de Choiseul een groot perceel, waarop hij een herenhuis (stadspaleis) laat bouwen. Het woongedeelte van het huis is uitgevoerd met een wachthuis, naar voren uitgebouwd boven het plein. Het onderste deel van de façade is opgebouwd uit natuurstenen, die bolvormig zijn uitgehakt. De gevel aan de binnenplaats is symmetrisch: de decoraties rondom de entree die overvloedig versierd is met thema’s, die zeer geliefd waren aan het eind van de 16e eeuw, zijn significant aanwezig. Gebeeldhouwde stenen of punten in de vorm van diamanten, pilasters, versierd met slingers, hoornen en vazen in overvloed, een centraal fronton en leeuwenkoppen, hebben het effect, dat de deur groter lijkt dan hij in werkelijkheid is. Omstreeks 1770 laat Philippe Profilet de Dardeney de zijvleugel veranderen in renaissancestijl en -afmetingen. In het midden komt een uitspringend deel, dat geaccentueerd wordt door de dubbele deuren met glas en een rond venster met daarboven een fronton. De decoratie wordt gecompleteerd door twee bloemenslingers, twee op consoles geplaatste bustes en een medaillon van terracotta, dat waarschijnlijk de toenmalige eigenaar voorstelt. In dezelfde periode krijgt het huis een muur en toegangspoort om de binnenplaats af te sluiten. In de 19e eeuw worden door de familie Du Breuil de Saint-Germain erkers toegevoegd, afkomstig van andere renaissancegebouwen.
26 - Het huis met de ringen 15e eeuw
Dit pand is een goed voorbeeld van een huis uit de middeleeuwen, gebruikt als woning en als werkruimte. De bescheiden bouwstijl wordt duidelijk, doordat slechts de raam- en deurkaders van gevormde (gehouwen) natuursteen (pierre de taille) zijn gemaakt, terwijl de façades daartussen van ruwe natuursteen zijn, voorzien van een pleisterlaag (crépi). De decoratieve details zijn zeldzaam: lateien in de vorm van een accolade en nissen met een plantenmotief. Op de tweede etage zijn twee ringen van natuursteen aangebracht, die mogelijk hebben gediend als bevestiging voor houten staven om stoffen te drogen. Dit is de meest aannemelijke verklaring, omdat in de tijd dat dit huis werd gemaakt, in deze wijk de wevers en ververs woonden en werkten.
27 - Gotisch huis Einde van de 15e eeuw of begin 16e eeuw
Dit pand is het enige overgebleven huis in Langres, waarin nog de restanten van een ambachtelijke winkel uit de middeleeuwen bewaard zijn gebleven. De winkel is herkenbaar aan het venster met een afgeplatte boog en een aparte toegangsdeur. De hoofdentree is excentrisch aan de rechterkant gemaakt; deze geeft toegang tot het privé-appartement op de eerste etage. De ramen hebben de zelfde accoladelateien als de deur. De twee erboven gelegen etages werden waarschijnlijk gebruikt als opslagruimten voor de winkel. Zoals meestal in de middeleeuwen, bouwde men de panden niet volgens een symmetrisch principe, maar naar de maatstaven van een nuttig gebruik.
28 - Renaissance-huis Historisch monument Midden van de 16e eeuw
Deze voorname woning, gebouwd circa 1550, bestaat uit twee gebouwen. Eén aan de straatkant en één aan de tuinkant, verbonden door een gang en een wenteltrap. De ondergrondse keukens hebben lichtinval via de lager gelegen binnenplaats aan de tuinkant. Onder deze binnenplaats is een regenwaterreservoir gemaakt met een waterput, voorzien van een koepel, waaruit men kan putten. De façade is opgebouwd uit twee niveaus met om en om smalle en brede nissen. De semi-zuilen van Ionische en Corinthische orde accentueren het reliëf van de beide niveaus van de gevel. De natuurstenen pilaren in de vensters maken deel uit van de vierdeling in de façade. Het overvloedig gedecoreerde bovenste fries, met ornamenten van planten, staat tegenover de soberheid en de regelmaat van het ondergelegen fries met schedels van dieren of runderen. Boven de centraal geplaatste deur is een verhoogd raam en een driehoekig fronton ,dat versierd is met een slinger van planten, waaruit een leeuwenkop en ramkoppen steken.
30 - Kunst- en historisch museum. (Place St. Didier zijde) De oude kapel van St. Didier, uit het begin van de 12e eeuw, is geïntegreerd in het hedendaagse gebouw van het museum. Op initiatief van een groep geleerden binnen de historische en archeologische vereniging van Langres, werd het museum in 1838 gesticht, en het biedt de mogelijkheid om een groot aantal constructies van de citadel en de moderniseringen van de vesting ten toon te stellen en te conserveren. Dit gebouw, dat in 1840 als eerste historische monument van de Haute-Marne werd geclassificeerd, bestaat eigenlijk alleen nog uit het koor, het vierkante dwarsschip en een travers. In deze kapel werden de relieken van heilige schutspatroon van de stad bewaard en vereerd. Sinds de stichting van het museum van kunst en archeologie in 1996, is de bestaande archeologische collectie uitgebreid met de collectie van kunstwerken.
(place du Centenaire zijde) Aan het einde van de 19e eeuw werd door de gemeente een blok huizen gesloopt (tegenwoordig place du Centenaire) om plaats te maken voor een overdekte markt, gebouwd in staal met veel glazen nissen voor een hoge lichtopbrengst. In 1956 werd een deel weer gedemonteerd om opnieuw plaats te maken, nu voor een pompstation, dat de nieuw gebouwde wooncomplexen aan de zuidkant van de stad van water moest voorzien. Het laatste deel van de markthallen werd in 1988 gesloopt tijdens de bouw van het kunst- en historisch museum, voltooid in 1996. Goed geïntegreerd in zijn omgeving door de rondingen in de gevels, die het oude straatpatroon volgen, evenals de raampartijen, die de façades op regelmatige afstanden onderbreken in een frequentie, die goed aansluit bij de smalle huizen die ernaast staan. Het museum huisvest en presenteert de grootste archeologische- en kunstcollectie van de regio.
33 - Boulière stadspoort Historisch monument 13e eeuw. Veranderd in de 16e en 19e eeuw
Deze poort werd gebouwd in het begin van de 13e eeuw, tijdens de uitbreiding van de vesting naar het zuiden en werd in de 16e eeuw voorzien van een driehoekige “barbacane”. Gelegen naast de St. Didier-toren met een zigzagdoorgang, was deze poort voorzien van een wachthuis en een hoek “échauguette” (een uitstekende uitkijkpost). Een allegorische afbeelding van Langres in de vorm van een jonge vrouw in wapenuitrusting, siert de monumentale poort. Vanwege het feit, dat veel dieren via deze poort naar de achtergelegen straat “rue Bovelière werden gevoerd om geslacht te worden, droeg de poort vroeger dezelfde naam. Na verbouwingen in 1854, werd de “barbacane” in 1906 definitief gesloopt om de toegang naar de vlakbij gelegen poort “des Terreaux” eenvoudiger te maken.
34 - Stadspoort van het stadhuis of van de markt Historisch monument Veranderd in de 16e eeuw en in 1854
Deze poort met weinig verdedigingsmogelijkheden is geplaatst op een uitloper van een rots en werd gebouwd, nadat de dichtbij gelegen Gallo-Romeinse boog werd gesloten. Deze veranderingen, die waarschijnlijk tijdens de middeleeuwen plaatsvonden, waren bedoeld om een betere controle uit te oefenen op de toegang naar de stad, die vanaf toen zich aan de onderkant van de muur bevond. Net als de meeste andere poorten van Langres, werd de stadspoort van het gemeentehuis in de 16e eeuw versterkt met een schietgat. In 1620 werd op zware consoles aan de buitenkant van de poort een wachthuis aangebracht. Deze wachtpost was eveneens in gebruik als tolhuis, wat aangeeft, dat deze stadspoort veel in gebruik was door kooplieden, die dit deel van de stad graag bezochten. Zodra deze poort was gepasseerd, had men direct toegang tot de varkens- en granenmarkt, tegenwoordig “place de l’Hôtel-de-Ville” (gemeentehuis) en place Verdun. De binnendeur werd in het midden van de 18e eeuw vergroot. Het schietgat en de hefbrug werden door de militaire genie een eeuw later gerestaureerd.
41 - De toren “Petit-Sault” of de toren van de Markt Historisch monument Circa 1517
Deze U-vormige toren met verlengde zijkanten was bestemd om de noordwest hoek van de vesting en de weg van Parijs, die er onderlangs gaat, te controleren. Uitgerust met enorme schietgaten en muren van zeven meter dikte, vormt het interieur een onlosmakelijk geheel met het hellende terrein. De beide gewelfde zalen zijn met elkaar verbonden door een monumentale trap en ondersteunen een groot terras voor de artillerie. De borstwering die aan de buitenkant is voorzien van getailleerde stenen in de vorm van uitstekende bulten en van waterspuwers, geven de toren een hoger reliëf en een esthetischer aanzien. De stadsbevelhebbers profiteerden van de werkzaamheden aan dit bouwwerk door tegelijkertijd een waterput te graven, voorzien van een stenen putrand, ten behoeve van de bevolking. De natuurlijke bescherming door de steile helling van dit deel van de vesting, vereiste niet dergelijke overdreven middelen. Deze buitengewoon handige opbouw van dit bouwwerk, indrukwekkend en” over gedimensioneerd”, geeft de militaire kracht van Langres aan het begin van de 16e eeuw duidelijk weer.
45 - De St. Didier-toren Historisch monument – begin 15e eeuw
De St. Didier-toren is het best geconserveerde bouwwerk uit de middeleeuwen in Langres. De toren heeft drie boven elkaar gebouwde ruimtes, schietgaten en een dak, die in authentieke staat gerenoveerd zijn. Het is een goed voorbeeld van wat de andere middeleeuwse torens ook hadden kunnen zijn, die daarna veranderd of gesloopt zijn. De toren was oorspronkelijk bedoeld als directe verdediging van de Boulière poort, waarmee hij was verbonden. Onder het oude regiem deed de derde etage dienst als gerechtshof van de vier kapiteins van de “masse”, die recht spraken over de misdaden, gepleegd op de rondweg (de weg op de vesting). In een nis, gericht op de Bonnelle-vallei, staat het standbeeld van St. Didier, bisschop van Langres in het midden van de 4e eeuw. Volgens de legende werd hij gemarteld door de Vandalen.